Lachen om Godot
Jack van der Weide
Hoewel ik niet over harde cijfers beschik durf ik de hypothese aan dat de gemiddelde Beckett- liefhebber geen Veronica-lid is, en dus ook de televisiegids van deze commerciële zender zelden onder ogen krijgt. Meestal levert dit geen problemen op. Nu wil het geval dat de Veronica-gids de eigen programma's net iets uitgebreider aankondigt dan de gidsen van de publieke omroepen, en zo viel op zaterdag 11 oktober 1997 te lezen dat een aflevering van de Amerikaanse comedy Home Improvement werd aangekondigd met de titel 'Nee, geen godots' (met kleine letter g). Inhoud: "Tim wordt gedwongen zijn kaartjes voor een hockeywedstrijd van de hand te doen, omdat Jill andere plannen heeft. Tim is natuurlijk erg teleurgesteld en doet allerlei pogingen om de kaartjes te verkopen. Zijn pogingen mislukken, totdat hij bij toeval een agent tegenkomt die de kaartjes wel wil kopen." Godots? Hockeywedstrijd? Kijken dan maar.
Home Improvement is de in Amerika uitermate succesvolle comedy van en met komiek Tim Allen, en het paradepaardje van zender ABC (eigenaar: Disney). Allen speelt in de serie Tim Taylor, presentator van een doe-het-zelf programma voor de televisie getiteld 'Tool Time'. Hij wordt in dat programma geassisteerd door Al (Richard Karn), die fungeert als de sukkelige tegenhanger van de zelfverzekerde, maar niet altijd even verstandige en handige Tim. Tim is getrouwd met Jill (Patricia Richardson) en heeft drie zoontjes. Thuis heerst er steeds een lichte spanning tussen enerzijds Tims overdreven aandacht voor alles wat met doe- het-zelven, auto's etc. te maken heeft, en anderzijds het gezinsleven.
In de bewuste aflevering heeft Tim kaartjes voor een (ijs)hockeywedstrijd gekocht, maar hij wordt er door Jill aan herinnerd dat hij beloofd heeft diezelfde avond mee te gaan naar het theater: zij heeft namelijk kaartjes voor ... Waiting for Godot! Tim heeft er totaal geen zin in, maar houdt zich aan zijn belofte. Al en diens vriendin Ilene gaan ook mee, en Tim en Al zullen voorafgaand aan de voorstelling proberen de ijshockeykaartjes te verkopen op het parkeerterrein voor het stadion, terwijl de dames alvast naar het theater gaan.
De bewuste avond. Buurman Wilson (die in de serie de rol vervult van de karikaturale intellectueel die overal verstand van heeft) komt op de zoontjes passen. Tim moppert dat hij naar een stom toneelstuk moet, maar Wilson verzekert hem dat Godot een prachtig stuk is over een existentialistische queeste naar de zin van het bestaan door twee mannen aan de kant van een weg. "Rijden er auto's over die weg?", vraagt autofanaat Tim hoopvol. "Nee," antwoord Wilson, "en zelfs Godot komt niet opdagen. Whoops, did I spoil your evening?"
Volgende scène, het parkeerterrein voor het stadion. Tim en Al proberen tevergeefs de kaartjes kwijt te raken, en Tim moppert nog steeds over Godot. Al blijkt echter dol op het stuk te zijn: "I played the definite Pozzo in highschool." Om zijn woorden kracht bij te zetten citeert hij op gezwollen toon enkele regels. Dan komt een man op Tim af die de kaartjes wel wil kopen. Als Tim terloops meldt dat zij dan naar Godot kunnen, zegt de man enthousiast dat hij in highschool nog Vladimir heeft gespeeld. Al is onmiddellijk niet meer te houden en herhaalt zijn eerdere citaat, waarop de man met een Vladimir-citaat antwoordt. Vervolgens haalt hij zijn politiepenning te voorschijn en sommeert Tim en Al mee te komen naar het bureau. Al is verontwaardigd over zoveel bedrog: "I opened up to you. I showed you my Pozzo!" Tim baalt en is kwaad op Al: "Everything went fine until you had to get out your Pozzo."
In het theater is de voorstelling inmiddels al begonnen, wat blijkt uit het feit dat het citaat van Al wordt opgedreund (het toneel blijft onzichtbaar voor de kijker). Jill en Ilene zitten zich af te vragen waar de mannen blijven. Jill vermoedt dat Tim stiekem toch naar de wedstrijd is gegaan, maar Al zou zoiets volgens zijn vriendin nooit doen: "He loves this play. He played the definite Pozzo in highschool." Een dame die voor hen zit (met naast haar een slapende echtgenoot) maant tot stilte. Jill vindt dat de dame zich niet moet aanstellen: "There's only six people in the whole world who understand this play and I doubt that your one of them. En jouw man is tenminste meegegaan, die van mij zit nu bij een hockeywedstrijd." De echtgenoot van de dame wordt wakker en vraagt aan zijn vrouw: "Waarom mocht hij wel naar de hockeywedstrijd en ik niet?" Vanaf het toneel, sarcastisch: "Zeg, vinden jullie het erg als we proberen hier een toneelstuk op te voeren?" Jill, verontschuldigend: "Sorry, Pozzo!" Ilene benadrukt nog een keer Als liefde voor het toneel: "Al cried when he saw A Streetcar Named Desire." Jill: "Tim cried too - because there wasn't a streetcar in it."
Tim en Al zitten inmiddels in de cel, met allerlei ongure types om zich heen. Al vindt het verschrikkelijk dat hij de toneelvoorstelling moet missen en vermeldt nog eens hoe geweldig zijn vertolking van Pozzo indertijd was: "The critic of the highschool paper said I made him tingle." Met deze opmerking trekt hij de belangstelling van een enorme neger die op de brits naast hem zit.
Weer in het theater krijgen de dames op fluistertoon te horen dat ze naar de gevangenis moeten komen. De details, zegt de purser, vertelt hij buiten wel, "anders wordt Pozzo weer boos." Ze haasten zich naar de gevangenis en betalen de borgsom voor Tim en Al. Tim is blij: nu hoeft hij tenminste niet meer naar Godot. Een ruige medegevangene, die ondanks zijn outfit en tatoeages verstand van theaterbezoek blijkt te hebben, raadt Jill echter aan om de volgende dag met Tim naar de matinee-voorstelling te gaan.
Slot, de aftiteling draait al: het theater, Tim zit naast Jill te slapen. Hij wordt wakker na de slot-claus, begint luid te applaudisseren en zegt: "Geweldig die Godot, ik wou dat er nog meer kwam." Jill: "Er komt ook nog meer. Het is pauze." Einde aflevering.
![]()
'Nee, geen godots' (eigenlijk 'No, no, Godot') is een voorbeeld van Beckett-receptie uit een voor velen waarschijnlijk onverwachte hoek. Toch is de vorm waarin die receptie in de hierboven beschreven aflevering van Home Improvement wordt gepresenteerd, in Amerika bepaald niet ongebruikelijk. We hebben te maken met een bekend comedy-topos, samen te vatten in de uitspraak: art is for sissies. Kunst, of het nu literatuur of muziek of ballet of toneel is, is voor vrouwen en sukkels. Echte Mannen houden zich er niet mee bezig. Home Improvement is als serie gebouwd rond het tegelijkertijd bevestigen en onderuit halen van het beeld van de Echte Man. Tim, de presentator van het kerels-onder-elkaar programma Tool Time, wil zich graag als zo'n Echte Man voordoen. In de praktijk is hij echter lang niet zo handig als hij pretendeert en is zijn vrouw de baas in huis. Al vertegenwoordigt, ondanks zijn stoere baard en houthakkershemd, de sukkel, het gevoelige en dus saaie type dat nog steeds bij zijn moeder woont en elke week naar de Bingo-club gaat. Het kleineren en bespotten van Al door Tim vormt dan ook een vast onderdeel van Tool Time.
In 'No, no, Godot' wordt Becketts toneelstuk gebruikt om al deze clichés nog eens te benadrukken. Tim wil naar een sportwedstrijd, Jill wil naar het toneel - ondanks het feit dat ze, zoals ze ook zelf impliciet toegeeft, weinig van het stuk begrijpt. Toneel is dus voor snobs, zoals de tot stilte manende dame in het theater. Haar echtgenoot doet wat alle Echte Mannen doen als ze door hun vrouw mee worden genomen naar een muziek- of toneelopvoering: slapen. Mannen die wél van kunst houden zijn ofwel wereldvreemde intellectuelen (buurman Wilson) ofwel mietjes (Al). Samen met een ander bekend comedy-topos, homoseksualiteit in gevangenissen, levert dit weer nieuwe grappen op: de neger in de cel die interesse lijkt te hebben voor Al, de getatoeëerde crimineel wiens ogenschijnlijke ruigheid wegvalt als hij weet blijkt te hebben van de matinee-voorstelling.
Deze effecten hadden met willekeurig welk toneelstuk kunnen worden bereikt, maar Wachten op Godot biedt extra mogelijkheden: het stuk heeft de (kennelijke) lading van het ultiem onbegrijpelijke en dus saaie kunstwerk. Het is even onbegrijpelijk als alle andere interesses van Wilson (Nietzsche, Tibetaanse begrafenisrituelen) en even saai als alle andere hobby's van Al (Bingo). Daar komt bij dat er personages in optreden die 'Pozzo' heten, een naam die in Tims mond onmiddellijk een seksuele connotatie krijgt ("Everything went fine until you had to get out your Pozzo") en die vervolgens niet vaak genoeg kan worden herhaald. En natuurlijk kan ook het bekende grapje niet achterwege blijven dat het stuk weliswaar Wachten op Godot heet, maar dat Godot niet komt opdagen en iedereen (inclusief alle slapende echtgenoten) dus voor joker heeft zitten wachten.
Een interessante en uiterst leerzame confrontatie, kortom, van high-art en low-art. Maar ook een depreciatie van het Westerse cultuurgoed in het algemeen en het werk van Beckett in het bijzonder? Welnee. Ik heb me dood gelachen.
Het Beckett blad, jaargang 8 (1998), nummer 14, pp. 10-12